Strandpalen op Schiermonnikoog? Waarom? Sinds wanneer? Door wie zijn ze gezet? Hoe zit het met de nummering? Waar dienen de strandpalen nu nog voor?

Eerste metingen

De eerste 6 (stenen) palen werden in 1868 om de west geplaatst.

Vanuit strandpalen zijn de eerste kustmetingen op Schiermonnikoog gedaan op 14 oktober 1868. De resultaten van die metingen zijn vastgelegd in het ‘Register strandmetingen op Schiermonnikoog’. Het register bevat een schets met daarop zes strandpalen ‘om de west’. Vanuit die palen zijn drie ‘raaien’ (denkbeeldige meetlijnen) getekend. Sindsdien zijn jaarlijks de afstanden vastgelegd van de strandpalen tot de zee en tot het duin.

Uitbreiding

In 1880 is het stelsel van strandpalen op Schiermonnikoog sterk uitgebreid (van 3 naar 19 raaien). De onderlinge afstand tussen de raaien is één kilometer. Overigens zijn dan alle palen van hout (Frans eiken).

In 1900 worden, met terugwerkende kracht tot 1880, de metingen vastgelegd in het ‘Register van de uitkomsten der jaarlijksche strand- en duinvoetmetingen op het eiland Schiermonnikoog sedert 1880’. Op de omslag van het dossier staat: ‘Strandmeting Schiermonnikoog. Archief Duinwachter’. Kennelijk was ‘duinwachter’ destijds een functie.

De ‘kilometerpalen’ van toen staan nu overwegend in de duinen. Daaruit kan worden afgeleid dat het eiland ook in de breedte behoorlijk is gegroeid.

In 1882 werden in de strandpalen bouten geslagen, waarvan de hoogte werd bepaald door waterpassing. Dat werd gedaan ten opzichte van het merk van volzee, dat aangegeven was op een houten paal ten zuiden van het dorp.

Plaats van de palen.

Kaart met de aanduiding van de 19 raaien (rond 1900)

De eerste paal (paal 1) werd geplaatst ten westen van de Westerplas. De nummering was vervolgens in de richting van de klok. In oostelijke richting werden de palen geplaatst tot paal 14. Dat was kennelijk toen het verste punt op Schiermonnikoog. Vanaf strandpaal 12 werden in zuidwestelijke richting (richting Waddenzee) de strandpalen 15 t/m 19 geplaatst.

Op die manier kon, om de kilometer, de mogelijke verandering van de kust vastgelegd worden. Klik op de kaart om de raaien te zien die dwars op de hoofdraai werden uitgezet voor de jaarlijkse metingen.

Nog meer strandpalen

Het eiland Schiermonnikoog werd steeds langer. Daarom werd na verloop van tijd de nummering van de palen aangepast. De palen 1 t/m 14 bleven ongewijzigd, maar de rechte lijn van paal 5 t/m paal 14 werd met twee kilometer verlengd. De meest oostelijke paal werd toen de huidige paal 16. Langs de Waddenkust werd vanaf paal 16 een rechte lijn (in zuid-westelijke richting) getrokken van tien kilometer lang, naar paal 26. Dat punt ligt ten westen van de huidige veerdam.

Kaart met de ligging van de 28 kilometerpalen en aangegeven wat verstaan wordt onder hoofdraai (basislijn) en raaien (dwars op de hoofdraai)

De keten van strandpalen is gesloten door van paal 26 een rechte lijn te trekken naar het beginpunt (paal 1). Paal 28 is het hoogste nummer in de keten. De palen waar de strandpalenlijn knikt (een hoek maakt) worden hoekpalen genoemd. Alle hoekpalen zijn tevens kilometerpalen.

Langs de dijken staan geen strandpalen. Daar hebben ‘strandpalen’ geen functie omdat daar ‘dijkbewaking’ van toepassing is.

Om de kwaliteit van de informatie te verbeteren is het stelsel van strandpalen op Schiermonnikoog sterk uitgebreid. Tussen de ‘kilometerpalen’ staan om de 200 meter hoofdpalen.

Het aantal knikpunten (hoekpalen) op Schiermonnikoog is beperkt. Alleen bij de palen 1, 2, 3, 4, 5, 16 en 26 knikt de hoofdraai. Het stelsel is zo gepland, dat met slechts 7 hoekpalen (knikken) een contour om het hele eiland is gelegd.

Afstanden

De afstand tussen de kilometerpalen bedraagt precies één kilometer. Alleen de afstand tussen paal 28 en paal 1 wijkt daarvan af. Die afstand is het ‘sluitstuk’ om de keten, rond het eiland, te sluiten. De afstand van paal 28 naar paal 1 is 930,45 meter.

Omdat de keten van de Rijksstrandpalenlijn begint met paal 1 (i.p.v. paal 0) is de totale lengte van de hoofdraai rondom Schiermonnikoog dus 27.930,45 meter (bijna 28 km.).

Nummering

Loodrecht op de hoofdraai zijn hulppalen geplaatst. Die hulppalen staan overwegend richting zee, maar soms ook landinwaarts. De hulppalen helpen om een betrouwbaar beeld te krijgen van de veranderingen in de kust en ook van de veranderingen in de duinen. Soms staan er vanuit één hoofdpaal meerdere hulppalen. Die worden dan genummerd vanuit de hoofdpaal als 1e, 2e of 3e hulppaal.

Staat de paal zeewaarts, dan wordt er een ‘Z’ op de paal vermeld. Betreft het de eerste hulppaal dan komt bij de ‘Z’ nog een Romeinse één (I). Daaronder staat de afstand uit de basislijn, bijvoorbeeld 100.

Als de paal landinwaarts staat, dan wordt alleen de volgorde en afstand uit de basislijn toegevoegd. De paal 6.600 met een Romeinse I en 200 is dus de eerste binnenhulppaal op 200 meter landinwaarts uit hoofdpaal 6.600.

Aantal palen

Bij een compleet strandpalenstelsel zouden op Schiermonnikoog 288 strandpalen moeten staan. Dat zijn alle hoofdpalen, hoekpalen en hulppalen. Door verschillende oorzaken is inmiddels de helft van die strandpalen verdwenen.

Enkele hulppalen zijn verdwenen in zee. Als een deel van de kust wordt afgeslagen bij een storm, kan ter plaatse zoveel zand wegspoelen dat een strandpaal verdwijnt in zee.

De meeste palen zijn echter verdwenen toen Rijkswaterstaat tussen 1977 en 1985 besloot om ‘overbodige’ hulppalen te verwijderen. In die periode zijn zeker 42 hulppalen door de medewerkers van Rijkswaterstaat ‘getrokken’. Vooral veel palen langs de kust zijn toen weg gehaald. Ook zijn er strandpalen verdwenen door ‘de tand des tijds’. Zeewater, zon en wind hebben vrij spel op de ‘trouwe wachters’.